Tentoonstelling
TOEKENNING 024: Menspakjes
14 januari - 18 februari 2005; verlengd t/m 2 maart
'Fashion has two purposes: comfort and love.
Beauty comes when fashion succeeds.' Coco Chanel
Pascale Gatzen en Saskia van Drimmelen zijn de samenstellers van Toekenning 024, ditmaal op basis van het werk van modeontwerpers. Een taaie klus, want ontwerp- en kwaliteitsoverwegingen zijn voor een dergelijke tentoonstelling immers nauwelijks relevant. Alle te verkiezen ontwerpers voldoen aan die criteria, aan allen is immers een subsidie toegekend. Van Drimmelen en Gatzen hebben alsnog een inhoudelijke agenda geformuleerd en dat is lastig wanneer de mode zelf het onderwerp is. Tot voor kort was het voldoende om met behulp van de mode een beeld van de actualiteit te brengen, maar juist die actualiteit lijkt door de mode steeds lastiger te vangen. De klassieke veronderstelling van de straat als de barometer van het hier en nu staat bijvoorbeeld onder druk. Die straat is al lang geen open ruimte meer, waaraan de ontwerper de dag van morgen kan aflezen. Ook die ruimte valt vrijwel samen met de commerciële werkelijkheid en vreemd genoeg lijkt de mode daar het meeste onder te lijden. Vreemd omdat juist de mode het beeld van de straat heeft onderworpen aan haar visie op de actualiteit. Het resultaat is dat de mode, gevangen in de ideologie van de straat als haar ultieme voedingsbron, slechts zichzelf oneindig ziet gereflecteerd en ieder uitzicht op een actualiteit is ontnomen. Tegelijkertijd hebben merken de positie van ontwerpers overgenomen en is een verpersoonlijkte visie niet alleen zeldzaam geworden, maar tevens van een andere waardering voorzien dan in de jaren tachtig. Een verpersoonlijkte visie is vrijwel synoniem geworden met de marge, met een zekere kwetsbaarheid en dat zijn gevaarlijke begrippen voor een discipline, die zo gevoelig is voor de conventies van het succes.
Ziedaar de problematiek van Gatzen en van Van Drimmelen; ontwerpkwaliteit is in ruime mate voorhanden, maar waar ligt het moment van keuze, nu mode nauwelijks in staat meer is om de actualiteit te spiegelen en een verpersoonlijkte visie met enig wantrouwen wordt benaderd. De titel 'menspakjes' lijkt een eerste perspectief te onthullen. Het begrip wendt zich af van het idee van mode als beeld en keert terug naar het lichaam zelf. En het gebruik van een citaat van Chanel als subtitel is al even suggestief, aangezien Chanel heeft gepoogd om de conventies van mannenkleding - het domein van traditie en functionaliteit - te projecteren op het vrouwenlichaam. Hier zijn curatoren aan het werk, die de mode niet alleen als een gemedialiseerde werkelijkheid willen benaderen , maar vanuit het werk van de laatste generatie modeontwerpers op zoek gaan naar een andere verhouding tot kleding.
'Menspakjes' is een fraaie, evocatieve titel voor deze ambitie en illustratief voor de houding van deze zes net afgestudeerde modeontwerpers, die vanuit een reflectieve houding ten opzichte van hun vakgebied - of zoals de curatoren zelf stellen ' in een open en liefdevolle relatie met hun directe omgeving' - op de eerste plaats weer kleren willen maken. De gebruikelijke claim op actualiteit lijkt daarbij nog nauwelijks een rol te spelen, daarvoor zijn niet alleen te verschillende posities bijeen gebracht, maar zijn de verschillende posities zelf ook weer te particulier. Zien wij hier dan een eerste, voorzichtige herdefinitie van wat een ontwerpersvisie vandaag de dag zou betekenen binnen de mode? Mogelijk, maar de titel lijkt die conclusie ook weer te relativeren of beter geformuleerd uit te stellen; het zijn immers menspakjes!
Guus Beumer
Myrza de Muynck is als een nar, die de grenzen van de heersende orde tart en vanuit een bizarre logica een geheel eigen universum formuleert. Haar werk heeft een sterke verbondenheid met de poëtische onderlaag van de wereld om ons heen.
Jasmijn Schutten ontwerpt geen kleren voor een anonieme buitenwereld, maar voor zichzelf. Haar werk verbeeldt telkens weer de vrouw die zij tijdelijk zou willen zijn.
De ontwerpen van Barbora Papsikova veronderstellen een directe continuiteit tussen verleden, heden en toekomst. Zij transformeert de herinneringen aan haar familie en haar jeugd in Tchecho-Slowakije tot nieuwe kledingstukken.
Lotte Noordermeer en Edwin Oudshoorn, alias Jut & Jul, hebben samengewerkt aan een project in Berlijn en de daaruit voortkomende kledingstukken vormen
een directe weerslag van hun ervaringen in deze nieuwe omgeving.
De kledingstukken van Maria Kley kledingstukken zijn het resultaat van verschillende interviews met mannen uit haar omgeving. Maria stelt zich hier op als een instrument en de uitkomst kan worden gelezen als omgekeerd aan het modedictaat; hyperpersoonlijk en uniek in plaats van trendmatig en algemeen.