Lezing
Het wassende water. De zichtbaarheid van de beeldende kunst
Inleiding Cornel Bierens; reflecties Lisette Smits, Jorinde Seijdel, Let Geerling, Wouter Vanstiphout; visuele bijdrage Gabriël Lester i.s.m. Thomas Manneke
debat onder leiding van Wim Crouwel
"De beeldende kunst van de twintigste eeuw heeft het stoffelijke ingeruild voor het conceptuele, het ding voor het idee, zoals het technisch kunnen van kunstenaars is ingeruild voor een verlammende vrijheid. Inmiddels is de vorm dan ook zo los, en de bevrijding van het stoffelijke zo compleet, dat de kunst op het punt staat volledig te vervluchtigen." Cornel Bierens, NRC Handelsblad 19 mei 2000
stellingen uit de lezing van Cornel Bierens (klik hier voor de volledige tekst, 22 november 2000)
* Dat wij communiceren is belangrijker dan wat wij communiceren, het rondgaan van informatie is belangrijker dan de omzetting ervan in ideeën.
* Onze cultuur is er een waarin alles kan omdat niets ertoe doet. De beeldende kunst heeft zich aan dat klimaat aangepast als een wandelende tak aan een boom, al moeten wij haar nageven dat ze er soms ook nog in slaagt om voor de boom uit te lopen. Dat is op zichzelf een verdienste, het betekent in iedere geval dat de beeldende kunst de tijd goed aanvoelt.
* Als deze hedendaagse kunst al avant-gardistisch is, dan zou ik het wel een avant-garde van de leegte willen noemen. Want als we aannemen dat de betreffende kunstenaars willen laten zien dat wij ons vervelen in ons paradijs, dan doen ze dat zonder die verveling te ontleden of zelfs maar vorm te geven, laat staan dat ze hem voor een moment verdrijven. Ze leven in hetzelfde misverstand als schrijvers die menen dat een boek over de verveling maar het beste een vervelend boek kan zijn
* Het zou een onzinnige, ja groteske onderneming zijn om te proberen de leegte in de kunst weer op te vullen. Want die leegte is niet rond het begin van de 20ste eeuw ontstaan, ze is toen aan het licht gekomen, wat op zichzelf al schokkend genoeg was. Leeg is de kunst altijd al geweest, leegte is inherent aan alle kunst, in alle tijden. Want wat is kunst, of liever gezegd waar is kunst?
* De kunst lijkt in wat haar is overkomen nog het meest op de ziel. Zoals de kunst in kunstwerken altijd evenzeer aanwezig als onaanwijsbaar is geweest, zo was de ziel dat altijd in mensen. Mensen werkten met hun ziel, ze voelden er liefde mee, verdriet, schuld, heimwee, jaloezie, Gods toorn, naderend onheil, en verder alles wat een mens zoal voelen kan. Maar ze onderzochten de ziel niet, ze sleutelden er niet aan. Ze hadden hem gewoon en als ze goed oppasten zou hij later naar de hemel vliegen, en daar waren ze gelukkig mee. Dat veranderde in de 19de eeuw, toen er voor het eerst psychologen kwamen om de ziel op heterdaad te betrappen.
* Rondzingen, dat gebeurt in al die hedendaagse beeldende kunstwerken die getuigen van de persoonlijke biografie en het dagelijks leven van de makers. Zulke werken zijn een culminatie van de leegte die in de 20ste-eeuw zichtbaar geworden is. Ze voegen niets toe aan alle momenten in het leven waarbij je toch al stilstaat of in de lach schiet, waarbij je je verwondert of op ideeën komt. Want dat zijn in potentie allemaal kunstmomenten.
* De kunstgeschiedenis is één lange lijst van kunstenaars die in opdracht werkten van koningen, kerken en kooplieden, allemaal zo commercieel als wat - lees het boek De Firma Rembrandt van Svetlana Alpers. Dat kunst aan de commercie concessies doet is heel gewoon en vaak in haar voordeel. Kunst die aan de commercie ten onder gaat is er ook altijd geweest, waar gehakt wordt vallen spaanders. Maar dat is nog geen reden om de kunst op te sluiten in een gouden kooi.
datum: 22 november 2000