Studiereis-Actueel
Reistraject en thema’s
De studiereis vond plaats van 14 september tot en met 3 oktober 2007. De oostkust van de Verenigde Staten, de Mid West en de Staat Arizona waren het reisdoel van de studiereis. Op het kleinschalig niveau laten industriële steden (o.a. New York, Washington D.C. en Chicago) interessante voorbeelden zien van landschappelijk ingerichte stadsparken met een mix van stedelijk programma en groen (o.a. Central Park en Battery Park City, Rock Creek Park, The Millenium Park en de vele Memorial Parks in Washington D.C). De betrokkenheid van het publiek en particuliere investeerders bij de aanleg van deze veelal public gardens is groot: beheer en behoud van stadsparken zijn vaak publiek-private aangelegenheden en er heerst - anders dan in Nederland - een morele opvatting dat de groene longen van de stad gezond zijn voor de mens en hechte sociale structuren stimuleren (Jane Jacobs). Ook wordt er in de VS veel ruimte gegeven aan bottom up initiatieven (o.a. Green Guarillas) en burgerparticipatie met de gedachte dat binding aan je leefomgeving van cruciaal belang is voor je persoonlijke ontwikkeling en levensgeluk. De landschapsinrichting heeft ook op een andere manier een sterke maatschappelijke importantie met een in Europa nog onbekend fenomeen als het etnische landschap: het landschap als multicultureel en sociaal project (o.a. urban gardens in Lower East Side, New York) waarbij de beeldende kunst en multiculturele tradities een belangrijke rol spelen bij de wens tot het scheppen van identiteiten en ervarings- en belevingswerelden.
Wat betreft het tweede schaalniveau - de groengebieden aan de randen van de stad – heeft Amerika met haar suburban sprawl al een veel langere traditie die nu in Nederland met de aanleg van talloze VINEX-wijken en bedrijventerreinen een vergelijkbaar, eenvormig idioom krijgt. Ook shopping malls en recreatieparken die als nieuwe stadscentra de landschapsontwikkeling aan de randen van de stad teniet doen (het zgn. dross-landscape) en de aanleg van het snelwegennetwerk stimuleren, zijn in de VS bekende fenomenen. Het suburbane landschap wordt verder gekenmerkt door voortdurende transformaties en revitalisaties van voorheen ontoegankelijke gebieden zoals de oevers van de in onbruik geraakte havens (o.a. de randen van Manhattan) en voormalige vuilstortplaatsen die als ecologische landschappen worden ingericht, de zgn. toxic landscapes.
De derde schaal manifesteert zich door de grootsheid en oneindigheid van het Amerikaanse landschap waar mobiliteit en recreatie van meet af aan beeldbepalende factoren zijn geweest. De Staat Utah laat met zijn vele beschermde parken (National en Forest Parks) een interessante archeologische en etnografische geschiedenis zien waarbij de vereniging van cultuur en natuur een steeds pregnanter vraagstuk wordt. Deze toenemende vraag naar de consumptieve kwaliteiten van het landschap doet zich, weliswaar op kleinere schaal, ook in Nederland voor o.a. in het Groene Hart. Hoe kunnen deze processen van productie- naar consumptielandschap tot een kritisch en duurzaam instrumentarium ontwikkeld worden? En hoe kan het landschap als natuurhistorische eenheid behouden blijven?
Amerika kent een lange traditie van hooggekwalificeerde universiteiten waar een interessant discours plaatsvindt over het spanningsveld tussen het beheer en het ontwerpen van de publieke ruimte. Gedurende de studiereis zal in confrontatie met verschillende instellingen, waaronder Dumbarton Oaks, uitgebreid gesproken worden over de positie en beroepspraktijk van landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen, architecten en beeldend kunstenaars en hun rol voor de ontwikkeling van het vakgebied.